Operatie
bij een Impingement Syndroom
___________Acromioplastiek
(Subacromiale Decompressie) geïntroduceerd door Neer
 |
links in de cirkel
het gebied sub-acromiaal waar decompressie bewerkstelligd zal
worden door deze ingreep. rechts in de cirkel
de ingreep waarbij het ventrale deel van het acromion wordt
weggevreesd. |
 |
Neer: geeft
aan als een van de eerste dat de partiele acromion resectie
in combinatie met
resectie lig. coracoacromiale en herstel van cuff ruptuur goed
resultaat geeft
De operatieve behandeling is een therapie die niet graag wordt
gedaan. Echter als de conservatieve behandeling faalt en er veel
pijn en functieverlies is blijft dit een optie die overwogen moet
worden.
De operatieve methode (arthroscopisch of open procedure) bestaat
uit het weghalen van een botdeel (het voorste deel van het acromion)
en het verwijderen van een ligament (het ligamentum coracoacromiale).
Vandaag de dag wordt vaker de arthroscopische methode gedaan die
een kortere sneller herstel laat zien mede door het niet moeten
los prepareren van delen van de origo van het pars medialis van
de M. deltoideus. De postoperatieve revalidatie fase verloopt vaak
pijnlijk, zeker bij
de open methode.Het wegnemen van een
botdeel juist op de plaats waar al langere tijd pijn werd opgewekt
door
het inklemmen is mogelijk hier de oorzaak van. Echter er wordt
tegenwoordig vaak op dit gekorte botdeel een substantie aangebracht
die het bloeden stelpt en veel napijn wegneemt.
Nadeel van
de operatie is, dat door het wegnemen van dit ligament (lig.
coracoacromiale) ook de schokabsorberende functie van de schouder
sterk afneemt.
Het
ligament
werkt namelijk
als een soort trampoline als het gaat om het opvangen van
krachten van de arm naar boven. Zoals bijvoorbeeld bij steunen
op de
armen. Om deze operatie (open methode) te verrichten wordt een deel van
de musculus deltoideus losgemaakt van het acromion om goed tot
het operatie gebied te kunnen komen. Het herstel van deze aanhechting
van deze spier bepaald mede ook de belasting die gevraagd kan en
mag worden in de eerste 2 tot 3 weken van de postoperatieve fysiotherapeutische
nazorg. Bij een arthroscopische (minder invasieve) benadering
wordt dit bekort!!
De arthroscopische Therapie bestaat ui het
verruimen van de subacromiale ruimte. Daardoor krijgen de
cuffspieren
meer plaats, en de chronische irritatie wordt minder. Dit
wordt bewerkstelligd doordat men speciale instrumenten in
brengt (shaver) die het acromion (benige dak) aan de onderzijde
vlak maakt door bijvoorbeeld osteophyten weg te nemen. het
doel is meestal tussen de 5-8 mm van het voorste gedeelte van
het acromion weg te nemen. Hieronder
een aardige animatie van 3 stadia van deze operatie en het
weg 'shaven' van de ondervoorzijde
van het acromion. De beelden volgen elkaar na 11
seconden op.

- Tevens
worden ontstoken delen van de slijmbeurs (bursa subacromialis)
verwijderd.
- Eventuele scheurtjes in de cuff kunnen
ook genaaid worden.
- Of flarden van de scheuring kunnen
worden weggenomen (debridement).
Mijn ervaring is dat er te weinig
intensief aan de schouder wordt gewerkt door de gemiddelde
fysiotherapeut
en dat vaak de operatie overbodig
is geweest en er dus in veel gevallen niet geopereerd had hoeven
worden.
Operatief ingrijpen
en conservatieve behandeling (training van de schouder onder begeleiding
hebben beiden een even goed resultaat met name bij aandoeningen van
de rotattor cuff vergeleken met placebo (Brox
et al1993)
______________Nabehandeling
na subacromiale decompressie::
- eventueel ijs applicatie (koeling) en analgetica
om pijn te dempen.
- laat oefeningen zien voor actieve flexie en exorotatie.
de patient kan pendeloefeningen doen op de dag na de
operatie.
- in de praktijk fysiotherapie/manuele therapie; mobilisatie
van het glenohumerale gewricht maar ook van het scapulothoracale
gewricht bijv in zijlig.
- automobilisatie oefeningen voor en in alle bewegingsrichtingen.
oefeningen kunnen in de thuis situatie vaak herhaald worden.
- begin met actieve assistieve oefeningen als de
patient enigszins in de > 90 graden flexie posities kan komen
bijv in ruglig met gevouwen handen of met het pully apparaat.
een spiegel is nuttig. ook placing van de arm in verscheidene
flexie of abductie (scaption) posities om goede cuff functie te
stimuleren. werk met kleine hefboom in het begin (gebogen elleboog).
- pnf (proprioceptieve neuromusculaire fascilitatie)
oefeningen en meer zware oefeningen met reebok tube (oefenelastiek)
of pully (trekapparaat) zodra er een pijnvrije volledige glh.
rom is.
- Esch JC, Baker C. Surgical Arthroscopy: The Shoulder and Elbow.
JB Lippincott CO., Philadelphia 1993.
- Sampson TG, Nisbet JK, Glick JM. Precision acromioplasty in
arthroscopic subacromial decompression. Arthroscopy 1991;7:301-307.
- Gartsman GM, Combs AH, Davis PF, Tullos HS: Arthroscopic acromioclavicular
joint resection. An anatomical study. Am J Sports Med. 1991;19:2-5.
- Hawkins RJ, Chris T, Bokor D, Kiefer G: Failed anterior acromioplasty.
A review of 51 cases. Clin Orthop. 1989;243:106-11.
- : J Shoulder Elbow Surg. 2002 Nov-Dec;11(6):595-9. Related
Articles, Links
Magnetic resonance imaging analysis of the subacromial
space in the impingement sign positions.Roberts CS, Davila
JN, Hushek SG, Tillett ED, Corrigan TM.
Department of Orthopaedic Surgery, University of Louisville,
School of Medicine, Louisville, KY 40292, USA.
craig.roberts@louisville.edu
|