Alles om u * beter * te voelen

Zoeken op deze website
Vul de zoekterm in

en klik op

Praktijk Manuele Therapie en Fysiotherapie

R.M. & J.W.Boonstra
Santpoorterstraat 1B 2023 DA Haarlem 023 5260909
"What you resist persists"
"Rust roest"

http://www.schouder.tk
http://www.diagnostiek.freeler.nl


Frozen shoulder
Capsulitis adhaesiva

Testen van de schouder

Impingement syndroom

Richtlijnen corticosteroïden
Infiltratie hoeveelheden / volumina

Schouder Bursitis
Slijmbeursontsteking

Spierscheuren in de schouder
volledige en partiele rupturen van de Cuff ofwel Schoudermanchet

 

Wat is manuele therapie?  Wat doet de manueel therapeut?

Schouder Instabiliteit
Luxatie en Subluxatie; anatomie en uitleg

Behandeling conservatief na Traumatische Primaire Anteriore Glenohum. Luxatie

Het AC-gewricht
Instabiliteit Arthrose van acromio claviculaire gewricht etc

MRI beelden van de schouder.


Grotere of kleinere letter op deze site:

In Internet Explorer: Kies op de menubalk van uw browser Beeld > Tekengrootte > kleiner respectievelijk groter.

In Netscape: Klik in de menubalk van uw browser op de kleine letter A of op de grote letter A.

Kalk in de pezen van uw schouder

Tendinosis Calcarea

Het gaat hierbij om afzetting van calciumkristallen in de pezen van de schouder. In de regel ontstaan calcificaties in de pezen rond de schouderkop (pezen van de rotator cuff spieren).
Meestal in de pees van de M. Supraspinatus minder vaak in de M. Infraspinatus en de M. Subscapularis

Het is de wetenschap niet duidelijk wat exact de oorzaken zijn die tot ophoping van kalk in de pezen van de cuff kunnen leiden. Men denkt dat ze ontstaan in een zone van verminderde stofwisseling waar bepaalde cellen worden aangespoord tot het verkeerdelijk vormen van calcium. Er zijn echter ook aanwijzingen dat lokale bloedingen in deze pezen ook tot verkalking kunnen leiden zoals na extreme overbelasting (microtraumata in het peesweefsel) en trauma (ongeval... bijv een val op de schouder).

Synoniemen van deze aandoening:
• tendinitis calcarea
• calciumdeposit in de rotator cuff
• hydroxyapatietdepot in de rotator cuffpezen
• calcifying tendinitis

De pathologie:

Bij 3 tot 5 % van de bevolking kunnen deze kalkdepots worden waargenomen.
In 1/3 tot de 1/2 van deze gevallen komt het tot klachten in de schouder. Iets vaker bij vrouwen en vaak tussen het 40e en 50e levensjaar. De helft van de patienten heeft in beide schouders depots. Echter het hoeft niet in beide schouders pijn te doen. Mijn observatie is dat wanneer pees + kalk de totale dikte van de pees met 2 mm vergroten de kans op klachten (causaal aan de verdikking) zeer groot wordt.

Oorzaken:
• De calcificaties staan meestal niet in verband met een ongeval of met overbelasting.
• Er is geen relatie met de dominante zijde (re of li handigheid).
• Meestal worden deze klachten gezien bij mensen met eerder een kantoor- of bediendefunctie.
• Er is ook geen relatie met:
-aderverkalking;
-artrose;
-osteoporose;
-calciuminname via de voeding;
-zware arbeid in het verleden.

Symptomen
In het stadium dat er calciumdepots worden gevormd, zijn er meestal weinig klachten.
Naarmate het calciumdepot groter wordt, kunnen er wel impingement klachten (inklemmingspijn) ontstaan.
Dit ontstaat doordat de verdikte pijnlijke pees in conflict komt met het beenderig dak (acromion) boven op de schouder en de daartussen liggende slijmbeurs.
Tijdens het gecalcificeerde stadium zijn er dus activiteits-gebonden klachten maar kan er ook avondlijke pijn zijn als men op de schouder gaat liggen.
De meeste pijn die dan wordt waargenomen wordt gerefereerd of aangegeven t.h.v. het zijdelings aspect van de bovenarm.
In de periode dat het depot spontaan gaat resorberen (opgenomen worden in het lichaam), kan er door toegenomen druk in de pees een periode van hevige pijn zijn.
Als het calciumdepot zich echter vrijzet in de slijmbeurs die zich tussen de pezen en het schouderdak bevindt, kan er een echte hyperacute (en hyperantalgische) zeer pijnlijke fase optreden. (klinische beeld van een acute bursitis)
Simplistisch kan worden aangenomen dat hoe heviger de pijn, hoe korter de duur zal zijn (in de regel 2 tot 5 dagen).
Patiënt kan dus jaren regelmatig periodes van matige pijn hebben als hij te veel bovenhoofdse activiteiten heeft gedaan die een irritatie uitlokken. Als daarentegen het calcium plots gaat vrijzetten, kan een hevige pijnopstoot optreden waarin patiënt de schouder niet meer kan gebruiken. Vaak is dit “het begin van de genezing”. Kalk is uiteindelijk weg uit de pees welke uiteindelijk zal genezen en minder dik zal zijn, het vastlopen cq aanlopen van de pees (impingement) zal verdwijnen waardoor er geen pijn meer optreedt en meer kracht in de cuffspieren zal ontstaan en de funktie van de schouder in zijn geheel zal verbeteren.
De klachten zijn dus erg afhankelijk van het stadium waarin de calcificatie zich bevindt.
Onderzoek
De fysiotherapeut/manueeltherapeut/arts zal bij het klinisch onderzoek vaak vaststellen dat er een pijnlijk moment is bij het actief en passief omhoog brengen van de arm Painful Arc. Vaak is er tevens een gestoord ritme tussen de normale beweeglijkheid van het schouderblad t.o.v. de borstkast en de beweging tussen schouderblad en bovenarm.
De kracht om de arm te heffen, is vaak verminderd door de pijn die tegelijkertijd wordt waargenomen.
Als de klachten langer aanblijven, kan de spier die deze beweging moet uitvoeren, sterk verzwakken en tevens atrofie vertonen. Deze zwakte leidt vaak tot meer actieve instabiliteit en grotere kans op inklemming en dus een versterking van de neerwaardse spiraal.


De klassieke radiologie en echografie zijn de beste basisonderzoeken voor deze pathologie. Wij doen bij onderzoek met vermoeden van deze schouderpathologie een geprotocolleerd echo-onderzoek van de schouder om letsel van de pezen en eventuele kalkdepots te traceren.
Radiologie laat toe om een soort classificatie uit te voeren van deze calcificatie die vooral belang heeft in het voorspellen van het verloop (de prognose).
Algemeen kan worden aangenomen dat hoe denser en homogener en hoe beter afgelijnd deze calcificaties zijn, hoe minder er reeds neiging is tot spontane resorptie. Hoe beter afgelijnd, hoe meer het vaak gaat om een pasteuse, tandpasta-achtige collectie van calcium en hydroxyapatietkristallen.
Bij de meer wazige calcificaties is ofwel resorptie aan het optreden ofwel gaat het reeds om erg harde, kalkachtige afzettingen die moeilijker te verwijderen zijn. Vergelijkende radiografies kunnen de evolutie van het calciumdepot aantonen. De echografie is zeker een goed diagnosemiddel, zeker bij de acute slijmbeursontstekingen. Het verloop van een behandeling met ESWT kan goed gevolgd worden met echografie (resorbtie en desintegratie)
De echografie heeft wel een minder prognostische waarde.
Andere onderzoeken:
Een artro-CT, een CT of een artro-NMR kunnen nuttig zijn om calcificaties beter te lokaliseren als voorbereiding op een operatie of om een andere pathologie uit te sluiten maar ze brengen weinig bij aan de diagnose van een calciumdepot zelf.

Therapieën
Bij de keuze van uw therapie zal uw arts rekening houden met het spontane verloop van de ziekte, de aard van de klachten, klinisch onderzoek en het radiologisch beeld van de calcificaties.
In functie van de klachten heeft de arts de mogelijkheid om uit volgende therapieën te kiezen:
1. symptomatische conservatieve behandeling:
Al deze technieken zijn louter gericht op de peesontsteking en hebben niet zo direct tot doel om het calciumdepot te laten verwijderen. Men gaat dus louter symptomatisch volgens de klachten behandelen:
• relatieve rust, eventueel zelfs met mitella;
• analgetica of pijnstillers,
• ontstekingswerende middelen in tabletvorm;
• lokale fysiotherapie onder de vorm van ultrasound interferentiestroom en eventueel iontoforese;
• Ijsapplicaties;
• Infiltraties met lokale verdovende middelen;
• Infiltraties met corticoide preparaten (meestal in combinatie met een lokaal verdovend middel).

Opmerking:


Bij de hyperalgische (zeer pijnlijke) acute fase waarbij patiënt een pseudo-paralyse (pseudo verlamming) van de arm vertoont (beeld van een acute bursitis) , hebben lokale corticoide infiltraties (injecties met ontstekingsremmende middelen) zeker hun nut om deze acute pijnlijke periodes te overbruggen.
Bij de revalidatie moet patiënt goed ingelicht worden over de mogelijke flush of de storing van de suikerspiegel (bij diabetispatiënt) die na de injecties kunnen optreden.
Anderzijds zal patiënt erover ingelicht worden dat 2 a 3 corticoide injecties geen nadelige gevolgen hebben op het bot, de pezen of het gewricht.

2. techniek om het calciumdepot te verwijderen:
• Needling :
Dit was vooral vroeger een populaire techniek waarbij men onder lokale verdoving, al dan niet onder controle van een radioscopie, het calciumdepot aanprikte en vervolgens met een zoutoplossing en een verdovend middel uitspoelde.

• ESWT: Extracorporeal Shock Wave Therapy
Hoewel deze techniek nog veel controverse kent, wordt ze meer en meer gebruikt voor behandeling van dergelijke calciumdepots. Naar analogie met de ESWL, zoals gebruikt voor de nierstenen en galstenen, is men sinds de jaren ’90 deze techniek ook gaan gebruiken voor weke-delen-behandelingen. Toch zijn er de laatste tijd meer en meer studies die bewijzen dat er een redelijk goede succeskans kan gegeven worden bij dergelijke therapie: tussen de 50 en de 65 %. In tegenstelling tot operatieve ingrepen is deze slaagkans dus lager. Maar anderzijds gaat het om een niet-invasieve of niet-ingrijpende techniek die meestal (altijd) ambulant uitgevoerd kan worden.
De behandeling gebeurt niet onder lokale verdoving.
Gezien de behandeling niet terugbetaald wordt door de mutualiteit wordt door sommige ziekenhuizen hiervoor een forfait aangerekend.

• Artroscopisch of open chirurgische resectie:
Als er geen conservatieve houding wordt aangenomen, is de meest gangbare techniek voor het verwijderen van een calciumdepot de artroscopische weg. Via een naaldvormige lens wordt een kijkoperatie uitgevoerd in het gewricht en vervolgens ook in de slijmbeurs.

Ingreep

Deze ingreep gebeurt meestal onder algemene narcose.
Door de pezen van de schouder langs de bovenzijde te bekijken, wordt het calciumdepot al dan niet met de naald of met palpatie opgezocht. Vervolgens wordt het calciumdepot ingesneden, leeggeduwd en uitgecuretteerd.
Nadien wordt de slijmbeurs waarin de calciumkristallen vrijkomen, goed gespoeld.

In sommige gevallen zal uw chirurg beslissen om tegelijkertijd bij deze kijkoperatie ook een “decompressie” uit te voeren.
Als er immers weinig calcium vrij zet uit de pees, zal hij toch extra ruimte willen maken voor deze gezwollen pees en hiervoor een deel van het bot aan de rand van het schouderdak wegnemen.

Of er al dan niet een acromioplastie of decompressie nodig is, zal uw chirurg vóór of tijdens de operatie beslissen.
De revalidatie zal weinig afhangen van deze decompressie.

-Complicaties
-De complicaties van de conservatieve behandeling zijn nagenoeg afwezig.
-De complicaties van de ESWT zijn eveneens minimaal. Soms kan er een zeer pijnlijke periode volgen als het calciumdepot zich spontaan gaat vrijzetten.

-De complicaties na de artroscopische ingreep:
Elke ingreep kan infectie geven, al is de kans hier zeer klein.
De meest gevreesde complicatie is het ontwikkelen van een frozen shoulder door een inflammatie van het kapsel van het schoudergewricht zelf.
Dit wordt best voorkomen door de schouder zo snel mogelijk zelf te mobiliseren.
Revalidatie
Na conservatieve therapie, infiltraties of ESWT is er geen specifieke revalidatie vereist.
In de postoperatieve fase na artroscopie of mini-open chirurgische resectie gaat patiënt instructies krijgen om zo snel mogelijk de mitella uit te laten en deze enkel binnen de noden van het comfort te gebruiken.
Men zal de instructies krijgen om zo snel mogelijk de arm voor-achterwaartse circulaire bewegingen te laten pendelen.
Dit moet men doen door progressief meer het lichaam naar voor te laten buigen, terwijl men deze pendeloefeningen 3x/dag gedurende 10 min. uitvoert.
Vaak zal uw chirurg bij de controleraadpleging ook fysiotherapie adviseren als de mobiliteit traag herstelt.
In de postoperatieve fase zijn ontstekingswerende middelen in tabletvorm en lokale ijsapplicaties ten zeerste aan te raden.
Ook voor de artroscopie van de schouder wordt door de meeste ziekenhuizen een forfait aangerekend voor het gebruik van disposable materialen.

De revalidatieduur zal erg verschillen van patiënt tot patiënt en kan 1 tot 3 maanden bedragen.
Afhankelijk van het beroep zal de postoperatieve arbeidsongeschiktheid variëren van 4 tot 12 weken.

Deze tekst is overgenomen van de site

Orthopedie Waasland


Bijgewerkt 2-11-2010