Het AC gewicht {het acromio claviculaire
gewricht}
Anatomie:
De verbinding tussen het sleutelbeen {clavicula}
en een deel van het schouderblad {het acromion}
wordt ac gewricht genoemd, afkorting
van het woord acromion
en van het woord clavicula.
Dit gewrichtje speelt een belangrijke rol bij de bewegingen van
de arm. Voorbeeld; als dit gewricht helemaal vast zit zal dit de
arm >20-40 % beperken in zijn bewegingsvrijheid. Met andere woorden
dit gewricht is belangrijk voor en bepaalt mede, de gehele beweeglijkheid
van de arm en schoudergordel. Het sleutelbeen ligt pal onder de
huid is S-vormig gebogen en is over zijn gehele lengte goed te voelen
{palperen}. Het extremitas acromialis
van het sleutelbeen ofwel het uiteinde aan de zijde van het acromion
(zijde van de schouder) bevat een klein gewrichtsvlakje wat naar
buiten en iets naar onder is gericht {facies
articularis acromialis}. Dit gewrichtsvlakje maakt dus een
gewricht met een deel van het schouderblad {het
acromion}.

- Ligamentum coracoacromiale
- Ligamentum trapezoidem en conoideum
- Ligamentum coracoclaviculare
- schouderblad {scapula}
- sleutelbeen {clavicula}
- bovenarm {humerus}
- acromion
- ligamentum acromioclaviculare
Omcirkeld is het ac gewricht. Rechts in de cirkel het extremitas
acromialis van het sleutelbeen. En links het acromion, het deel
van het schouderblad. Over het ac gewricht ligt het ligamentum
acromioclaviculare
De ligamenten 2 en 3 zijn belangrijk voor de stabiliteit van het
ac gewricht. Zij zorgen er mede voor dat het sleutelbeen en dat
het ac gewricht in positie blijven met het schouderblad.
Instabiliteit van het ac gewricht. Acromioclaviculaire
instabiliteit.
Sub-luxatie of luxatie (bijna of geheel uit de kom komen) van het
ac gewricht is zeker onder sportieve jongeren een veel voorkomende
schouderpathologie. Meestal wordt het veroorzaakt door een ongeval
{trauma}. Bijvoorbeeld een val op de
schouder waarbij de schoudergordel naar beneden wordt gedrukt. zie
plaatje hieronder fig. 2a en 2b

|

|
2a en 2b |
| 2a een rechter schouder |
2b rechter schouder foto van achter |
|
Denk hierbij aan ijshockey, voetbal of andere kontact sporten en
fietsen. Bij deze ongevallen komt er dus teveel spanning op het
gewricht en de boven genoemde ligamenten die dan eventueel geheel
kunnen afscheuren. De mate van ontwrichting {luxatie},
en dus de ernst van het ontstane letsel wordt benoemd in Tossy 1,2
of 3. Zie de plaatjes hieronder fig.3 en 4
| 
|
fig 3 |
|
fig.4 |
Luxatie Tossy 3 (pianotoetsfenomeen)
Van een rechter schouder. |
|
Goed zichtbaar het gescheurd zijn van de ligamenten
2, 3 en 8 {Tossy 3}. En de separatie
van sleutelbeen (clavicula) en acromion (deel van het schouderblad)
|
|
|
|
|
|
Tossy gr 1 fig. 5
Kleine luxatiestand van het gewricht. Het acromioclaviculaire
ligament is overrekt of gedeeltelijk gescheurd. Verder geen letsel.
Dit is het meest voorkomende traumatische letsel van het ac gewricht.
Tossy gr 2 fig. 5
Als 1 echter nu is weldegelijk het acromioclaviculaire ligament
gescheurd. De andere ligamenten {coracoclaviculaire} zijn
intact. Er kan tijdens het onderzoek twijfel zijn omdat de stand
van het ac gewricht niet altijd zichtbaar veranderd is.
Tossy gr 3 fig.5
Er zijn nu meerdere ligamenten gescheurd waaronder ook de coracoclaviculaire
ligamenten. De stand is duidelijk afwijkend en het pianotoetsfenomeen
is zichtbaar en voelbaar. Zie ook:
 |
fig.5
|
Indeling volgens Rockwood gr 4-6
Er zijn nog meer gradaties lopend t/m Rockwood 6. Hier zijn zeer
ernstige afwijkingen die operatieve ingreep onvermijdelijk maken.
Deze bijv. bij zware motorongevallen.
Behandeling:
Na een trauma zal er pijn zijn in rust rond dit gewrichtje. Bewegen
zal ook pijnlijk zijn en is niet gewenst ivm herstel van weefsel
rond het gewricht. Er op liggen is niet mogelijk ivm pijn maar ook
voor het herstel niet bevorderlijk.
Het functieherstel is in de meeste gevallen goed. Het blijft echter
wel een cosmetisch probleem want de stand blijft zoals vlak na het
trauma. Er zijn in het verleden veel operatieve reposities gedaan
die echter in verhouding meer problemen gaven (in het bijzonder
voor het schoudergewricht zelf) dan het conservatieve beleid. Een
mogelijkheid die vandaag de dag in extreme gevallen wordt gedaan
is een verbinding maken tussen het reeds operatief ingekorte claviculauiteinde
en het processus coracoideus. Over deze methode zal ik op een later
tijdstip meer informatie geven.
Eerste 2 weken
In verreweg de meeste gevallen {t/m Tossy
3} wordt voor een conservatieve nabehandeling gekozen
waarbij enkele dagen tot 2 weken rust wordt gehouden in een positie
(mitella zie fig. 7 en 8) waarin het weefsel dat nog kan herstellen
de kans krijgt dit te doen en eventueel gunstige littekens gevormd
kunnen worden die toch nog kunnen bijdragen tot stabiliteit in
het ac gewricht. Tijdens deze periode kan er in de rustpositie
isometrisch pijnvrij getraind worden binnen bepaalde bewegingsgrenzen
waarbij nog geen beweging optreedt in het ac gewricht. Te denken
is hier aan lichte oefeningen van met name de cuff (isometrisch)
met MSE (muscle setting exercises). Zie hieronder een voorbeeld
van zo'n oefening. Voor het programma voor MSE verwijs ik naar
het oefenprogramma (Klik
hier voor meer informatie over de MSE oefeningen). Tegen
betaling kan een wachtwoord worden aangevraagd om de site te
kunnen bestuderen of kan er een printable versie van deze site
worden verstuurd.
|
|
Hiernaast een voorbeeld van een
Muscle Setting Exercise waarbij gedurende bjv 10 seconden een
druk wordt gegeven tegen bijvoorbeeld de andere hand. Er treedt
geen beweging op en de bedoeling is dat alle spieren rond de
schouder aanspannen. Dit vergt goede ervaren begeleiding. |
In de omgeving van het letsel kan eventueel met
fysiotechnische applicaties {ultrageluid
of elektrotherapie} of thermische
applicaties {ijs of “warmte”},
worden behandeld om zwelling en/of
pijn te te gaan.
Belangrijk in deze periode is dat:
De arm/hand niet voorwaarts naar de andere lichaamszijde wordt
genomen
De arm zeker niet boven de 90 graden
(schouderhoogte ) wordt gebruikt (Bijv bij het wassen en aan/uit
kleden).De hand niet achter de rug
wordt gebruikt (bijv hemd in broek doen, portemonnaie pakken)
De arm in bijv. een mitella niet te
laag komt te hangen, goed steunen in
de mitella, onderarm moet volledig gesteund worden,
hele gewicht dient gedragen te worden door de mitella. Dit omdat
er anders teveel tractie (trekkracht) is op het ac gewricht. Tijdens
deze fase kunnen dus vanuit de Mitella de MSE (muscle setting excersices)
gedaan worden. De isometrische oefeningen gaan goed in alle richtingen.
De MSE in adductie richting echter kan behoorlijk pijn doen is mijn
ervaring en zal in beginsel moeten worden weggelaten. Dit omdat
adductoren de neiging hebben de scapula naar caudaal te bewegen
en de defecte en gerekte ac ligamenten en het costoclaviculaire
en coracoclaviculaire weefsel ook teveel gerekt word. Dit is dus
ook niet wenselijk voor herstel.
2e- 6e week
Na deze eerste periode van rust voor het gewricht {immobilisatie
periode} zal er meer geoefend gerevalideerd moeten worden.
De nadruk zal komen te liggen op functieherstel waarbij in eerste
instantie meer Isotonische krachtoefeningen pijnvrij gedaan worden.
Oefeningen met een pully apparaat zijn ideaal om in de praktijksituatie
mee te trainen. Hieronder een voorbeeld
van deze oefeningen.
Verder zal de patiënt
een automobilisatie programma aangeleerd krijgen om in de nieuw
ontstane
gewrichtsruimte
pijnvrij
te kunnen
leren bewegen. Belangrijk hierbij is een juiste bewegingscoördinatie
die door de fysiotherapeut kan worden beoordeeld en gecorrigeerd.
 |
 |
 |
startpositie: Isotonische oefening voor de endorotatoren met het pully
apparaat
|
|
halverwege: de beweging wordt langzaam uitgevoerd
bijv. 10/15 x met een submaximaal gewicht
|
|
eindpositie: er mag geen pijn optreden tijdens
de oefening.
|
|
In deze fase tussen 2 en 6 weken is het soms heel prettig voor
patiënten als er over het ac gewricht een tape wordt aangelegd.
Hiervoor is geen bijzondere tapetechniek nodig. 4 tot 8 strepen
over het gewricht aangetrokken over de huid geeft voor de patiënt
een prettig veilig stabiel gevoel en lijkt ook beter bewegen te
stimuleren.
Vanaf 4 e week kan als de pijn dit toelaat ook met apparatuur
(fitness onder begeleiding van fysiotherapeut) worden gewerkt om
grotere spieren rond de schouder te trainen.
Uit mijn ervaring blijkt het trainen met zware belasting enkel
goed te werken als er niet in standen wordt geoefend waarin het
ac gewricht beweegt of zou bewegen onder normale fysiologische
omstandigheden.
Na 6 weken
Uiteindelijk zal na 6 weken langzaam naar maximale belastbaarheid
van de hele arm en schoudergordel worden toegewerkt waarbij vooral
ook de steunfunctie en de werpfunctie en zwaardere boven schouderactiviteiten
moeten worden getraind en verder worden versterkt.Ook isometrische
oefeningen met een elastiek (zoals in het plaatje A hieronder)
zijn zinvol, of isotonische oefeningen met de pully ( zie plaatje
B)
 |
 |
 |
 |
| A
start en eindpositie, iso-metrie
(MSE) extensoren vanuit maximale flexie. extensoren. |
|
B startpositie
met pully. extensie van uit maximale flexie. extensoren |
|
middenpositie |
|
circa de eind-positie |
|
Arthrose van het ac gewricht.

|
fig.6
|
| osteoarthritis, arthrose
met osteophyten |
Sommige gewrichten hebben meer te lijden dan andere gewrichten
en zijn meer onderhevig aan slijtage. Het ac gewricht is zeker zo’n
gewricht. Het beeld dat kan ontstaan is osteoarthritis ofwel genoemd
arthrose {zie fig 6}. Het ontstaan
hiervan is sterk afhankelijk van de belasting die het gewricht te
verduren krijgt.
Deze aandoening ontstaat meestal tussen 30-50 jaar en kan pijn
gaan doen bij dagelijkse bezigheden.
Bij aktiviteiten boven het hoofd is de stress op dit gewricht groot
maar ook vroeger toen er vele lasten nog op de schouders werden
getransporteerd werd dit gewricht alleen al door de druk zwaar belast.
Zeker bij jongeren die grote gewichten boven hun macht verzetten
hebben een verhoogd risico verhoogde slijtage in dit ac gewrichtje
te stimuleren. Maar ook een ongeval waarbij instabiliteit optreedt
(zie boven tossy 1,2 of 3) geeft op langere termijn mogelijk
verhoogde slijtage en leid mogelijk
tot een pijnlijke arthrose in dit ac gewricht. Dit zal bewegen van
de arm, sportieve bezigheden zoals racketsporten en het steunen
op de arm bemoeilijken. In extreme gevallen waarbij pijn op de voorgrond
staat is dan alsnog een operatieve ingreep te overwegen.
Symptomen:
Pijn bij bewegen in uiterste standen maar ook in rust.
Gevoeligheid rondom het gewricht, en wat zwelling voelbaar.( fig.7 links
boven)
Uitstraling van pijn kan gaan naar borst schouder en nekregio.
Mogelijk wat voelbare crepetatie {knappen/kraken} bij
bewegen in het gewrichtje.
Diagnose:
Na het verhaal van het ontstaan van en uitleg over de klachten
te hebben aangehoord zullen enkele testen worden gedaan om de diagnose
te bevestigen. Het voelen van de regio en het doen van bewegingen
die leidden tot compressie of overrek van het gewrichtje zullen
het vermoeden van irritatie in dit gewricht moeten bevestigen.
Een lokale infiltratie in het gewricht met lidocaine zal
als differentiaal diagnosticum het vermoeden kunnen bevestigen
als blijkt dat dezelfde tests na de infiltratie niet meer pijnlijk
zijn. zie pagina over corticostereoiden. Een
roentgen foto kan de vermoedens van arthrose bevestigen.
 |
 |
| ook mitella of rugzakverband |
soort mitella te dragen na trauma voor rust aan het gewricht |
Behandeling
Als besloten is niet te opereren zal een behandeling met fysiotherapie
of manuele therapie veel verbetering kunnen geven. Arthrose hoeft
geen pijn te doen en hoeft zeker niet te belemmeren. Zeker wanneer
de arthrose in een beginstadium is kan er veel gedaan worden om
het proces te stabiliseren en de vervelend symptomen te verhelpen.
Meestal vind ik een beperkte beweeglijkheid in de schoudergordel
op basis van bewegingsbeperkingen in dit ac-gewrichtje. Het herstel
van deze beweeglijkheid via manueel therapeutische mobilisatie
technieken en via het aanleren van een automobilisatie
programma is in vrijwel alle gevallen voldoende. Adviezen
en uitleg over het ontstaan en verloop en de verdere omgang met
de schouder is van groot belang voor de patiënt om in de toekomst
zelf goed te kunnen beslissen. Operaties zullen bij ernstige gevallen
worden overwogen als de osteophyten (zie fig.6)
(uitsteeksels van het bot door de irritatie en slijtage) aan de
onderzijde ook de pezen van de schouderspieren gaan irriteren.
Dit is niet voelbaar maar wel evt. met roentgen en MRI onderzoek
te verifieren. Als u bij de huisarts komt met deze aandoening zal
toch in eerste instantie geprobeerd worden de pijn medicamenteus
te verhelpen met ontstekingsremmers {aspirine
paracetamol of ibuprofen} en met een rust advies. Ook
een infiltratie met cortison is te overwegen als pillen en bewegen
niet het gewenste resultaat geven. Echter dit resultaat is vaak
van korte duur en er zullen meerdere infiltraties nodig zijn om
ook langer pijnvrij te zijn. Als echter ook hier de grenzen zijn
bereikt zal voor een operatieve ingreep worden gekozen {een
arthroplastiek}. Het uiteinde van het sleutelbeen zal
worden verwijderd {resectie van het extremitas
acromialis} zodat in feite er geen gewricht meer is
tussen schouderblad en sleutelbeen. Dit blijkt in de praktijk een
zeer effectieve maatregel te zijn die de pijn vrijwel elimineert
en ook veel functieherstel tot gevolg heeft. Het litteken weefsel
dat ontstaat tussen het acromion en het nieuwe uiteinde van het
sleutelbeen zal toch een mate van bewegingsbeperking geven {dus
enige stabiliteit} en tevens er voor zorgen dat niet opnieuw
de botstukken elkaar raken bij bewegen wat opnieuw tot klachten
aanleiding kan geven.

|
fig. 7
|
| Normaal schouder en ac
gewricht en li. boven artyhrotische gewricht met zwelling |
Revalidatie na operatie:
Na een operatie zoals hierboven beschreven zal de arm een tijdje
in een mitella tot rust moeten komen (fig. 7). Dit echter
hoogstens meerder dagen tot een week want er kan vrij snel op geleide
van pijn begonnen worden met het bewegen van de arm om te voorkomen
dat de spieren teveel verslappen en het schoudergewricht zelf te
weinig beweegt. De pijn van de operatie kan met ijs of andere fysische
applicaties worden behandeld. Echter het op geleide van pijn weer
zo snel mogelijk normaal leren bewegen is het belangrijkste doel.
Teveel doen en te zwaar moet vermeden worden. Wanneer de operatie {de
resectie} is gedaan via een arthroscoop waarbij weinig weefselbeschadiging
is ontstaan kan dit de revalidatie zeker in het begin doen bespoedigen.
Echter op de lange termijn zijn de resultaten tussen de arthroscopische
resectie en de open resectie dezelfde. De revalidatie
zal in het begin meer gericht zijn op het bewegen van de gewrichten
binnen de grenzen van pijn en het vermijden van teveel stress op
het operatie gebied. Het doen van spierkrachtoefeningen is niet
noodzakelijk in de eerste 2 weken van de revalidatie . Wel kan
na enkele dagen begonnen worden met het uitvoeren van lichte bewegingen
zodat de patiënt weer voelt en waarneemt dat hij zijn eigen
ledematen weer kan bewegen. Dit is goed voor het bewegingsgevoel
en de coordinatie van bewegingen. Ook lichte isometrische oefeningen
zijn zinvol om te voorkomen dat spieren teveel atrofieren en de
actieve stabiliteit van de schoudergordel achteruit gaat.
Na 4 weken kan er in de regel begonnen worden met actieve mobilisatie.
De patiënt kan dan met eigen kracht bewegingen gaan maken
om de normale bewegingsuitslagen te oefenen echter nog steeds zonder
het operatiegebied teveel te stressen. Ook zwaardere isometrische
oefeningen kunnen nu gedaan worden waarbij ook de pijn de grenzen
bepaald.
Na 6 weken dan kan er zwaarder worden geoefend met grotere spiergroepen
rond de schouder {de cuff} en de scapulothoracale
spieren. Het oefenprogramma dient gericht te zijn op
de dagelijks benodigde bewegingen en kracht die u thuis en in uw
werksituatie tegenkomt.
Deze website geeft informatie over verschillende onderwerpen
die met uw gezondheid te maken hebben. Het is niet bedoeld als
instructie wegwijzer van een medische diagnose en behandeling.
De informatie op deze site is verzameld uit vele bronnen en ervaringen
van de schrijver over het thema de schouder. Het is zeker niet
compleet en loopt altijd achter op de feiten. Niet alle aandoeningen
van de schouder worden beschreven. U moet geen conclusies trekken
ten aanzien van uw eigen schouderprobleem op grond van het geschrevene
maar dient te allen tijde uw huisarts specialist of eigen therapeut
om raad en adviezen te vragen. Deze informatie vervangt niet
het individueel consult, onderzoek, visite, of telefonisch consult
van/bij een gekwalificeerd {para}medicus.
Adviezen gegeven door uw huisarts specialist of fysiotherapeut
dient u niet na het lezen van deze of welke website dan ook in
de wind te slaan. Overleg eventuele twijfels altijd met uw behandelaar.
|