Alles om u * beter * te voelen

Zoeken op deze website
Vul de zoekterm in

en klik op

Praktijk Manuele Therapie en Fysiotherapie

R.M. & J.W.Boonstra
Santpoorterstraat 1B 2023 DA Haarlem 023 5260909
"What you resist persists"
"Rust roest"

http://www.schouder.tk
http://www.diagnostiek.freeler.nl


Frozen shoulder
Capsulitis adhaesiva

Testen van de schouder

Impingement syndroom

Richtlijnen corticosteroïden
Infiltratie hoeveelheden / volumina

Schouder Bursitis
Slijmbeursontsteking

Spierscheuren in de schouder
volledige en partiele rupturen van de Cuff ofwel Schoudermanchet

 

Wat is manuele therapie?  Wat doet de manueel therapeut?

Schouder Instabiliteit
Luxatie en Subluxatie; anatomie en uitleg

Behandeling conservatief na Traumatische Primaire Anteriore Glenohum. Luxatie

Het AC-gewricht
Instabiliteit Arthrose van acromio claviculaire gewricht etc

MRI beelden van de schouder.


Grotere of kleinere letter op deze site:

In Internet Explorer: Kies op de menubalk van uw browser Beeld > Tekengrootte > kleiner respectievelijk groter.

In Netscape: Klik in de menubalk van uw browser op de kleine letter A of op de grote letter A.

Richtlijnen voor Infiltratie van Corticosteroïden;  hoeveelheden / volumina

Zie ook voor dit onderwerp de standaard (richtlijn) voor huisartsen bij schouderklachten:

Medicamenteuze therapie  

Desgewenst: voor 2 weken paracetamol (4 dd, max. 4000 mg per dag); tweede keus of bij onvoldoende resultaat: ibuprofen (3 dd, max. 2400 mg per dag), diclofenac (3 dd, max. 150 mg per dag) of naproxen (2 dd, maximaal 1000 mg per dag); bij verbetering met 1-2 weken verlengen

Bij onvoldoende verbetering: lokale injectie met 1 ml triamcinolonacetonide 40 mg/ml (eventueel plus 2 ml lidocaine 20 mg/ml) in de subacromiale ruimte: painful arc, pijn eind abductie, bewegingsbeperking van vooral abductie in het glenohumerale gewricht (intra-articulair): bewegingsbeperking van vooral exorotatie: Materiaal en uitvoering: subacromiaal: naald 5 cm; prik circa 2 cm onder midden laterale rand acromion; voer op tot ruim onder acromion glenohumeraal: naald 4 cm; prik circa 1 cm onder dorsolaterale hoek acromion; voer op in richting van processus coracoideus tot humeruskop

Voor verdere informatie oner de huisartsen richtlijn bij de behandeling van schouderklachten. http://nhg.artsennet.nl/standaarden/M08/start.htm

Infiltratie met corticosteroïden

De infiltratie hiervan is zeer effectief in veel gevallen . Ze staan in schril contrast met de medicatie in tabletvorm {systemische corticosteroïden} die zich over het hele lichaam verspreid en meerdere nadelige neveneffecten kan hebben. De infiltraties zijn gelokaliseerd en hebben hun ontstekingsremmende werking op de plaats van infiltratie en er wordt maar heel weinig teruggevonden in de bloedsomloop in de eerste 24 uur na toediening.

Waar? Doseringen (methylprednisolon acetate of triamcinolon acetonide) Volume (corticosteroïden + lidocaine)
1. Schouder(gleno-humerale gewricht ) 40-80 mg 3-10 ml
2. Schouder (subacromiale bursa) 20-40 mg 3-5 ml
3. Schouder (acromio-claviculaire) gewricht 10 mg 1-2 ml

Er zijn dus 3 schouderregio's waar men gewoonlijk infiltreert met bovengenoemde middelen.

  1. In het gewricht dus binnen het gewrichts kapsel
  2. In de bursa subacromialis
  3. In het acromioclaviculaire gewricht ofwel ac gewricht = gewricht tussen sleutelbeen uiteinde en het acromion = deel van het schouderblad.

1. deze wordt gebruikt bij chronische en acute capsulitis beelden van de schouder zie fig. 1 (frozen shoulder ofwel capsulitis adhaesiva) en synovitis (reumatoïde artritis). Deze injecties kunnen van voren en van achter in de schouder worden gegeven en zijn technisch niet moeilijk. Er worden 2 punten getekend op de huid.

Nu volgt een beschrijving van een infiltratie vanaf de achterzijde.

1. Het punt aan de voorzijde is het proc. coracoideus 2 cm mediaal en 2 cm distaal van het sleutelbeen

2. het punt aan de achterzijde wordt gegeven 1 cm onder en 1 cm mediaal van posteriore hoek van het acromion.

Nu wordt de naald van achter op dit punt 2 in de richting van punt 1 ingebracht totdat gevoeld wordt dat hij in de gewrichtsholte is en vrij kan bewegen waarna het middel bijv. lidocaine kan worden ingespoten. Zie plaatje.

2. Infiltraties voor de schouder schoudercuff tendinitis/subacromiale bursitis kunnen in de bursa subacromiale worden gegeven of in het glenohumerale gewricht (als er bewijs is voor een capsulitis) of beiden.

Er bestaat altijd een risico dat er per ongeluk in peesweefsel wordt gespoten met verkeerde middelen wat tot verzwakking en scheuring van pezen/spieren in de schouder kan leiden. Vandaar dat men beter het middel triamcinolon hexacetonide vermijd en kiest voor methylprednisolon acetaat of triamcinolon acetonide. Wel is het triamcinolon hexacetonide bij hardnekkige synovitis bijv van een reumatische knie, pols, elleboog of schouder effectiever gebleken.

De naald wordt posterolateraal ingebracht richting anteromediaal onder het acromion met de punt gericht op de onderzijde van het acromion. De infiltratie moet misschien 1 x worden herhaald als dit nodig is na 2 weken. Zie Plaatje

3. Artritis van het ac gewricht kan op zichzelf stand zijn of in combinatie voorkomen met een impingement syndroom door osteophytenirritatie

van de rotatorenmanchet en tendinitis. De naald wordt in dit geval van boven ingebracht in het ac gewricht bij een zittende patiënt met afhangende arm zodat de gewrichtspartners iets van elkaar wijken. Een korte naald wordt ingebracht onder een hoek van 30 gr naar mediaal. Zie Plaatje

 

Negatieve effecten van corticosteroïden.

Locale en algemene (systemische) nadelige neveneffecten door toediening van corticosteroïden kunnen zijn:

Lokaal:

Pijnlijke Branderigheid (ontstekingsreactie op het infiltraat na de injectie) :
5% van gevallen direct na periarticulaire infiltraties. Grotere groep paar uur na de intraarticulaire infiltraties en duren soms tot 24 uur erna. Eventueel een verbetering van deze situatie als er een nonstereoide ontstekingsremmer wordt toegediend na het ontstaan hiervan. Ook kunnen lokaal aangewende ijspakkingen koeling geven en de situatie tot rust brengen. Mocht er na 24 uur nog eenzelfde situatie zijn (hevige pijn) moet er aan een infectie gedacht worden.

Huidatrofie :
door slechte infiltratie techniek , overdosering, te groot volume, foutieve plaatsing infiltratie. Niet reversibel!

Hypopigmentatie:
bij oppervlakkige toediening. Ontstaat weken na toediening. Is wel reversibel. Situatie kan na 2 jaar weer verbeteren.

Onderhuidse vetatrofie

Peesruptuur {scheuring}:
door infiltratie direct in peesweefsel. Meest bekende is de iatrogene achillespees ruptuur Maar ook iatrogene rupturen van de lange bicepspees en van de M. supraspinatus na infiltraties subacromiaal ivm tendinitiden van de rotator cuff zijn bekend!

Infectie:
Komt weinig voor. 1 op de 14000 infiltraties (Hollander JL. Intrasynovial therapy. In: McCarty DJ, editor. Arthritis and allied conditions: a textbook of rheumatology. 10th ed. Philadelphia: Lea & Febiger; 1985. p. 543.)

Stereoide arthropathie:
Relatief zelden. Eerst mogelijk na meerdere intraarticulaire infiltraties.

Algemeen:

Gevoel van zwakte {flauwvallen}:
door angst en pijn.

Anafylactische reactie:
epiniphrine
moet altijd in de buurt zijn om deze reactie te kunnen neutraliseren!

Blozen {gezicht}:
Kan meerdere dagen aanhouden en is vervelend voor patiënten. Zeker als je van te voren niet bent geïnformeerd. Komt bij circa 40 % voor! Goedaardig dus en van voorbijgaande aard, 1 a 2 dagen.

Voorbijgaande ontremming van de hypofyse:
heeft geen klinische consequenties!

Voorbijgaande hyperglycemie:
bij diabetici

Arteriële hypertensie:
zeer zelden

Chronische adrenaline suppressie {onderdrukking}:
zeer zelden, en enkel bij te vaak en te snel achter elkaar.

Iatrogeen Cushing syndroom:
zeer zelden, en enkel bij te vaak en te snel achter elkaar.

Menstruatie onregelmatigheden:
zeer zelden, en enkel bij te vaak en te snel achter elkaar.

Osteoporose:
zeer zelden, en enkel bij te vaak en te snel achter elkaar.

Osteonecrose:
zeer zelden, en enkel bij te vaak en te snel achter elkaar.

De procedure

De infiltraties kunnen in elke praktijk gegeven worden. Belangrijk de sterilisatie van huid en naald (ethyl-alcohol >75 %) of bijv met betadine. Bij alcohol 1 minuut en betadine 2 minuten inwerking alvorens te infiltreren ivm antibacteriële werking.

 


Bijgewerkt 21-01-2007