De indicatie voor
operatief ingrijpen bij partiële scheuren in de rotator
cuff is niet duidelijk afgebakend. Echter in het algemeen
wordt ingegrepen bij patiënten die zeer intensieve en
reeds langdurig symptomen hebben en bij wie via MRI (of andere
beeld vormende techniek) of arthroscopie een partiële
of kleinere volledige ruptuur is gediagnostiseerd. Het
tijdstip van operatie na mislukte conservatieve interventies
varieert van enkele maanden tot 11/2 jaar (Wright
1996, Fukuda 1996, Neer 1990). De operatieve techniek varieert
van het weghalen van flarden en resten van het letsel (debridement)
en enkel acromioplastiek, of
het repareren en/of reinsereren van de cuff tot een combinatie
van dezen.
De keuze wordt bepaald
door:
- Leeftijd van de patient
- Beroep van de patient
- Voorkeur
- Andere medische condities
- De affiniteit van de patient met een nabehandeling
- Het type en de grote van de ruptuur
- De onderliggende pathologie
- De ervaring van de chirurg
De meeste operateurs zijn van mening dat wanneer meer
dan 50 % van de pees is gescheurd een open
procedure moet worden verricht. Bij een open procedure
is er meer zicht op de cuff en betere precisie mogelijk
dan bij de arthroscopische methode. Echter bij de open
procedure zal mogelijk een deel van de M. deltoideus insufficiënt
raken door het maken van de toegang tot de cuff. Circa
2 cm van de origo van de M. deltoideus wordt vrij geprepareerd
van het anteriore deel van het acromion.
De postoperatieve behandeling van
een partiële ruptuur is dezelfde als die van een volledige
ruptuur. En moet een goede gecontroleerde nabehandeling
plaats hebben met goede samenspraak tussen de behandelend
therapeut en de operateur. De operateur
is de enige die weet welke mate van stevigheid zijn reparatie
heeft, welke kwaliteit het weefsel heeft wat hij heeft
genaaid of verankerd en dus hoe belastbaar het geheel is. Het
is bekent dat veel geopereerde scheuren met goed postoperatief
resultaat opnieuw ruptureren.
Hierboven een plaatje
van het zicht van de operateur als hij de cuff opnieuw
heeft vastgemaakt
|
Belangrijk bij de nabehandeling is het verkrijgen van
een goede mobiliteit van het glenohumerale gewricht snel
vanaf het moment van operatie middels passieve mobilisatie.
En het later (enkele weken na operatie) bij voldoende stevigheid
toestaan van krachttraining en actieve mobilisatie. Vijf
tot 6 weken zijn nodig om goede stevigheid te verkrijgen
in het operatie gebied voor die tijd moet dus uiterst voorzichtig
worden omgegaan door de patient met de arm. Ook en niet
te vergeten om de gereinsereerde 2 cm deltoideus origo
(bij de open procedure) een goede kans te geven niet aftescheuren.
Vallen of plotselinge reflexen van de arm vlak na de operatie
kunnen dus opnieuw de pees doen inscheuren in het operatie
gebied. Instructie van de patient na een dergelijke ingreep
is dus zeer belangrijk!
- In het algemeen worden kleine scheurtjes arthroscopisch verzorgd.
- Middelgrote scheuren met een mini
open techniek deels
arthroscopisch deels open met een kleinere en minder
invasieve opening naar de cuff toe.
- Grote cuffrupturen via de open procedure.
|