Definitie van classificatie van scheuren
in de rotator cuff.
Een normale pees van de cuff is 10 tot 12 mm3 dik.
Partiële rupturen in de pees communiceren niet
naar de subacromiale bursa noch met het glenohumerale
gewricht.
deze scheuren vindt men (en men onderscheid ze) aan de
bursa zijde, in de pees zelf en aan de gewrichtszijde.
Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen deze
soorten en ze goed vast te stellen omdat ze mogelijk
iets zeggen over de etiologie van
de ruptuur. bijv bij jonge werpers en andere jonge atleten
in bovenhandse
sporten zoals tennis volleybal zwemmen, zien we vaak
JT's (Joint side Tears) scheuren
aan de gewrichtszijde, veroorzaakt door internal
impingement. De behandeling
bij deze vorm van defect aan de cuff is het operatief
reven (inkorten) van het anteroinferieure
kapsel en
niet de subacromiale decompressie.
Voorkomen:
Het is onduidelijk hoe vaak een partiële ruptuur
voorkomt omdat intratendineuze
laesies enkel bij operatie en MRI zichtbaar worden en
MRI vaak partiële rupturen laat zien bij
asymptomatische
individuen. Enkele studies laten zien dat partiële
rupturen vaker voorkomen dan volledige rupturen. Uit
andere studies blijkt dat partiële scheuren 2 tot
3 keer meer voorkomen aan de gewrichtszijde dan aan
de bursa zijde BT's (Bursa side
Tears). Partiële
rupturen vindt men meestal in de supraspinatus soms
overgaand in de infraspinatus en zelden in de subscapularis.
Geïsoleerde laesies in de pezen van de infraspinatus
teres minor of subscapularis zijn eerder zeldzaam. Op
te merken is hier wel dat de klinische kennis omtrent
het klinisch testen van deze structuren tot voor kort
in de kinderschoenen stond en er dus mede door kennis
gebrek ook niet naar gezocht werd. Ook vandaag de dag
zijn nog veel specialisten, artsen en fysiotherapeuten
niet in staat cuff laesies te beoordelen. Het MRI en
het arthroscopische onderzoek zullen in de toekomst
moeten uitwijzen of deze geïsoleerde laesies inderdaad
zeldzaam zijn. Partiële rupturen samengaand
met of uitdijend naar een intratendineuze laesie kunnen
verder ruptureren na het initiële trauma. Spontane
genezing (sluiting) van rupturen lijkt onwaarschijnlijk
en wordt in twijfel getrokken, echter toch soms waargenomen.
Yamanaka en Matsumoto (1) deden een
2 jaar durende follow up met arthroscopisch onderzoek
van niet gehechte rupturen en vonden dat van de 40 JT's
er 10 % verkleinde, 10 % verdwenen was en 80 % van de
laesies vergroot waren. Het gewicht van de arm, de leeftijd,
de grote van de scheur, de mate van vascularisatie
(doorbloeding), en het aanwezige subacromiale
impingement hebben invloed op deze mogelijkheid van
genezing. Partiële rupturen kunnen pijnlijker zijn
dan totale rupturen (Gschwend(2)).
Anderen geven aan dat niet de grote van de cuffrupturen
maar dat de mate van irritatie van de bursa subacromiale
(bursitis) verantwoordelijk
is voor de hoeveelheid pijn. BT's
werden als de meest pijnlijke gekwalificeerd en zouden
het sneller voor operatie in aanmerking moeten komen.
Fukuda
et al (3) en Fukuda (4) delen de symptomen en klachten
bij cuff aandoeningen in 2 groepen.
Groep
A veroorzaakt door ontsteking van de subacromiale
bursa en van
de pezen van de cuff,
en B en die veroorzaakt door
een
scheuring in de cuff.
Categorie A symptomen kunnen
we typeren als verschillende vormen van pijn, tekenen
van zwelling , impingement,
painful arc, positieve lidocaine test, en contractuur
(verkorting). deze vorm is mogelijk reversibel
na conservatieve
behandeling.
Categorie B symptomen laten zien
een pos. drop arm sign, crepitus (knarsen, crepeteren),
spierzwakte
en spieratrofie van de M. infraspinatus en de
M. supraspinatus, welke irreversibel zijn met enkel
conservatieve behandeling.
Diagnosis of Rotator Cuff Tears
Frederick A. Matsen, III, M.D.
Diagnose van volledige cuffrupturen
De nodige en afdoende criteria voor het stellen van
de diagnose van een volledige cuffruptuur zijn:
A. Geschiedenis
Duidelijke functioneel krachtsverlies van de glenohumerale
elevatie en/of rotatie
Leeftijd ouder dan 30 gewoonlijk ouder dan 40
De diagnose wordt bevestigd door sterke zwakte optredend
na plots onverwacht zware belasting van de arm.Meestal
wordt wel een hevige pijn met of zonder geluid in de
schouderregio waargenomen.
B. PE (physical examination) Lichamelijk Onderzoek
Zwakke elevatie en/of rotatie
Eventuele atrofiie van de infra en/of supraspinatus.
Subacromiale crepetatie. en/of palpabel defect in de
rotator cuff.
C.Roentgen
Diagnose wordt mede bevestigd door een humerus hoogstand
(craniale migratie kop ten gevolge van cuffruptuur)
al of niet met subacromiale spurs.
Diagnosis of Rotator Cuff Tears
by Frederick A. Matsen, III, M.D.
Diagnose van incomplete (partiele ) cuffrupturen
De criteria die bevestigen of sterk den vermoeden dat
het om een partiele ruptuur gaat zijn:
A. Geschiedenis
Het in gevaar brengen van de rotator cuff bij activiteieten
die de cuff zwaar belasten. Compromitterende cuff
belasting.
Mechanismen die beschadigend werken op de cuff, zoals
te zware excentrische last op de geleleveerde arm.
B. PE (physical examination) Lichamelijk Onderzoek
Pijn en zwakte bij tests van de totator cuff functie
zoals weerstand elevatie en weerstand exorotatie.
Diagnose meer bevestigd ook door subacromiale crepitance
C. Roentgen
Diagnose wordt mede bevestigd door een humerus hoogstand
tov het acromion en glenoid (craniale migratie kop
ten gevolge van cuffruptuur) al of niet met subacromiale
spurs.
D. Definitieve
vaststelling;
Definitieve bevestiging van een incomplete ruptuur
door een expert gebruikmakend van de volgende technieken.
- arthrografie
- arthroscopie
- open procedure (operatie met litteken)
De
Conservatieve Behandeling van partiële cuffrupturen:
De gekozen behandeling moet dan ook
goed beoordeeld worden op basis van deze gegevens. Vandaar
dat ook wij veelal pleiten voor langdurige intensieve
fysiotherapeutische behandeling bij partiele rupturering
als gevolg van degeneratieve processen en/of door trauma
en bij het impingement syndroom van de schouder.
De resultaten zijn veelbelovend. Wij
hebben geen mogelijkheid vanuit onze praktijk de resultaten
goed wetenschappelijk te vergelijken maar in de regel
is afhankelijk van de ernst goerd tot praktisch volledig
herstel mogelijk. De eerste behandelingen moeten intensief
gedaan worden en wel 6-12 weken, 2 x wekelijks waarbij
met name een stringent automobilisatie
programma in combinatie met
intensieve fricties van de gelaedeerde subacromiale
weke delen er zorg voor moeten dragen dat de ruimte
voor de weke delen wordt vergroot en dat de weke delen
zelf in diameter kleiner worden. Vaak zijn verhardingen
voelbaar die ook duidelijk subacromiaal of subligamentair
crepetatie en pijn veroorzaken. Deze
verharde delen zijn soms, echter wellicht vaker niet
als kalksporen zichtbaar op de röntgen foto.
Fricties moeten hier leiden tot verhoging van de elasticiteit
van het weefsel, afname van de hardheid van het weefsel
en toename van doorbloeding in dit verlittekende getraumatiseerde
weefsel.
De oorzaak van het impingement zeker
wanneer een insufficiënte houding wordt gevonden
(in het onderzoek van statiek en beweging), moet mede
worden aangepakt. Vaak zal daarom de mobiliteit
van het scapulothoracale gewricht en de thoracale extensie
en rotatie goed worden bekeken en zo nodig worden
gemobiliseerd. Veelal zal dus een oefenprogramma rugoefeningen
bevatten ter mobilisatie en versterking van rotatie
en de extensie (strekking) van de wervelkolom.
Na deze periode van 6-12 weken zal er bij toename van
het pijnvrije gewrichtsspel (joint play), aan de stabiliserende
en coördinerende functie van de (resterende) cuffspieren
worden gewerkt. Deze functie is essentieel, zeker
wanneer we ons realiseren dat overbelasting
van deze cuff een van de oorzaken is van subacromiaal
impingement.
Vermoeidheid van spieren treedt met
het ouder worden sneller op, en de belastbaarheid is
deswege minder. De controle van de cuff is vaak voelbaar
en zichtbaar minder bij ouderen vanaf 40 45 jaar. Vanaf
deze leeftijd is ook het voorkomen van schouderklachten
groter! De cuff speelt dus zeker een belangrijke rol
in de behandeling, een rol die tot aan het eind van
de behandeling blijft.
*Zeker wanneer patiënten
jaren klachten hebben gehad en een goed resultaat is
bereikt moet een oefenprogramma
voorlopig zo niet altijd
blijven.
Dit oefenprogramma
zal bestaan uit:
- Enkele automobilisatie
oefeningen om de gewrichtsbeweeglijkheid goed te houden
- Spiertraining met een elastische
band (reebok tube) met welke isometrische cuffoefeningen
worden gedaan.
- Ook enkele uiterst langzaam uitgevoerde
grote bewegingen met een kleine halter zijn uiterst
geschikt om controle, stabiliteit en bewegingsgevoel
te trainen.
Een klinisch herstelde schouder is
een schouder waarbij de ontstekings symptomen en
klachten duidelijk verminderd of verdwenen zijn doordat
de mechanische stoornis waardoor deze werden opgeroepen
is verdwenen.
Deze situatie kan zich voordoen wanneer de mechanische
insufficiëntie van de geruptureerde cuffdelen wordt
gecompenseerd door nog aanwezige cuffdelen en andere
spieren van
de schouder.(Fukuda et al 1996 en 1990). De oorzaak
van de klacht bepaald de keuze van behandeling. Het
is dus zeker van essentieel belang in ieder geval
goed te onderscheiden tussen een cuff letsel
veroorzaakt door impingement alleen dan wel op basis
van instabiliteit. Het behandelen lokaal van het
letsel is van secundair belang.( McConville
en Iannotti 1999).
Codman1934, schreef
dat complete rupturen geen adhaesies vormen, terwijl
de incomplete partiële
dit wel doen. Een contractuur van het posterieure
kapsel moet behandeld worden met progressief rekken
in adductie
en endorotatie. Horizontale adductie oefeningen adviseert
men om dit achterste kapsel los te maken. Als de
pijn minder wordt en de bewegingsvrijheid toeneemt,
zijn krachtoefeningen van de cuff spieren en de
scapulothoracale spieren van belang om het
bewegings mechanisme van de schoudergordel te normaliseren.
Progressieve weerstandsoefeningen met een elastiek
of halters worden verder aanbevolen om de situatie
verder te versterken.
Diagnostiek:
Als een vermoeden van een partiële dan wel volledige
ruptuur van de cuff blijkt uit een klinisch onderzoek
zal mogelijk zeker wanneer therapeutisch kan worden
ingegrepen verder diagnostiek onderzoek worden gedaan.
Echografie:
Een echografie van de
schouder is een volledig niet-invasief onderzoek.
Het is volledig pijnloos en verschaft interessante
informatie over de toestand van de rotator cuff van
het schouder gewricht. De medische beeldvorming via een
echografie komt tot stand door het aanbrengen van een
gel op de huid en
vervolgens onderzoeken van het aangetaste gewricht
met een sonde die echo's uitzendt en registreert. De
informatie die op deze manier bekomen wordt geeft ons
inzicht in de toestand van de rotator cuff. Echter accuraat
is dit enkel bij volledige rupturen en niet bij partiële
rupturen (Wiener en Seitz 1993). Volgens
hen is het zeer moeilijk scheuren te onderscheiden van
litteken
weefsel binnen de pees en kleine volledige scheuren.
Kleine defecten kunnen gemist worden (Brenneke
en Morgan 1992).
MRI:
In enkele gevallen wordt een MRI (magnetische scan)
gemaakt om een scheur in de spieraanhechting (in de
rotator cuff) op te sporen. Een MRI is niet noodzakelijk
voor een juiste diagnose. Behalve voor alle andere pathologie
kan het MRI in tegenstelling tot de echografie beter
de partiële cuff laesie ontdekken. Hierbij moet
wel worden aangegeven dat zowel bij de Echo als bij
het MRI ook bij asymptomatische schouders (schouders
van individuen zonder klachten) partiële en volledige
rupturen worden aangetroffen (Sher et al 1995).
Heel
belangrijk dus de samenhang tussen een degelijk
uitgevoerd klinisch
onderzoek en correlerende beeld vormende bevestiging
van de klinische bevindingen voor een goede diagnose.
Operatieve ingrepen van gediagnostiseerde
partiële en kleine volledige rupturen worden overwogen
als de pijn hevig is en de klachten reeds lang aanwezig
zijn en conservatieve therapie langer dan 1/2 of 1 1/2
jaar geen of te weinig resultaat opleverde!
|